vendredi, 29 septembre 2017

Questions-Kwesties

Bruxelles, le 27 septembre 2017

 

Monsieur le Directeur Général,

 

La note de service 2017-067 relative à l’organisation des test EMPP nous indique que la circulaire ministérielle du 12 septembre 2014 a été utilisée pour l’élaboration du parcours.

Cette circulaire a été abrogée par la circulaire du 1er mars 2017 relative à la préparation physique des membres opérationnels des zones de secours et à l'accréditation des porteurs de protection respiratoire.

1er question : Pourquoi cite-t-on une circulaire abrogée dans cette note de service ?

La fréquence, le contenu ainsi que les éventuelles mesures d'entrainement physique font l'objet de la politique de formation zonale approuvée par le conseil de zone.

2ème question : quelle est l’organe compétent remplaçant le conseil de zone en R.B.C. ?

Cette circulaire nous indique que l’on peut établir une distinction entre le port de la protection respiratoire avec effort et le port de la protection respiratoire sans effort. L'appareil respiratoire est, en effet, l'équipement de protection individuelle par excellence qui peut être vital pour chaque membre du personnel opérationnel, indépendamment de l'intensité de l'intervention.

3ème question : Pourquoi au S.I.A.M.U. nous n’établissons pas de distinction ?

Cette circulaire indique également, que le médecin du travail concerné est invité à prendre également en considération les résultats des épreuves d'évaluation de l'aptitude physique et l'accréditation relative à la protection respiratoire. L'examen médical annuel obligatoire doit, par conséquent, avoir lieu peu après l'accomplissement des épreuves. Un délai de trois mois entre les deux est proposé.

4ème question : Pourquoi au S.I.A.M.U. doit-on faire le contraire ?

Pourquoi un organisme de la Région de Bruxelles-Capitale compétent en matière de sécurité civile n’applique pas les consignes du ministre de l’Intérieur alors que ces consignes ne touchent pas à l’autonomie de la dite Région ?

Le S.L.F.P. a déjà souligné, à plusieurs reprises, que la rédaction d’un schéma d’organisation opérationnelle est une obligation légale pour le S.I.A.M.U.. Les points relatifs à la sécurité en intervention, au soutien logistique pour le personnel et au soutien psychologique pour le personnel doivent figurer dans ce schéma.

5ème question : Pourquoi le S.I.A.M.U. ne respecte pas une obligation imposée par une loi ?

La Région de Bruxelles-Capitale doit établir un programme pluriannuel de politique générale pour le S.I.A.M.U.

Ce schéma détermine, en ce qui concerne les missions opérationnelles, administratives et logistiques, l'analyse de la situation actuelle, les objectifs stratégiques à réaliser durant la durée du programme, accompagnés d'une évaluation financière, les niveaux de service et les moyens nécessaires pour atteindre les objectifs fixés et les niveaux de service.

Ce programme exprime la vision du SIAMU pour accomplir ses tâches.

6ème question : Pourquoi le S.I.A.M.U. ne respecte pas une autre obligation imposée par une loi ?

Le S.L.F.P. à trop souvent entendu l’excuse de l’attente de la mise en place des mandataires. Cette excuse ne figure pas dans la législation et le S.I.A.M.U. continue pourtant à prendre d’autres décisions de remaniement de certains services, de licenciement (surtout de la manière de faire), etc…

Le S.L.F.P. n’a pas remarquer l’adoption d’une ordonnance rendant l’inspection du fédérale possible. Est-ce un oubli ?

Le ministre de l’Intérieur est en copie du présent courriel, car de sa part, nous obtenons des réponses !

Veuillez agréer, Monsieur le Directeur Général, l’expression de nos salutations syndicales.

Pour le S.L.F.P.-A.F.R.C.

Labourdette Eric

Dirigeant responsable

Geachte Algemene Directeur,

 

De dienstnota 2017-067 betreffende de organisatie van de PPMO-tests toont ons dat de ministeriële omzendbrief van 12 september 2014 gebruikt werd om het parcours uit te werken.

Deze omzendbrief werd ingetrokken en vervangen door de omzendbrief van 1 maart 2017 betreffende de fysieke paraatheid van de operationele personeelsleden van de hulpverleningszones en de accreditatie van de dragers van adembescherming.

Vraag 1: Waarom wordt een ingetrokken omzendbrief in deze dienstnota geciteerd?

De frequentie, de inhoud en eveneens de mogelijke fysieke trainingen maken het voorwerp uit van het zonaal beleid dat de zoneraad heeft goedgekeurd.

Vraag 2: Welk orgaan is nu bevoegd ter vervanging van de zoneraad in het BHG?

Deze omzendbrief geeft aan dat men een onderscheid kan maken tussen het dragen van adembescherming onder inspanning en het dragen van adembescherming zonder inspanning. Het adembeschermingstoestel is namelijk het persoonlijk beschermingsmiddel bij uitstek dat voor ieder operationeel personeelslid van levensbelang kan zijn, ongeacht de intensiteit van de interventie. Vraag 3: Waarom maken wij bij de DBDMH geen onderscheid?

Deze omzendbrief toont eveneens aan dat de arbeidsgeneesheer uitgenodigd wordt om in zijn beoordeling de resultaten van de proeven betreffende de evaluatie van de fysieke paraatheid en de accreditatie adembescherming mee in overweging te nemen. Het verplicht jaarlijks medisch onderzoek moet bij gevolg plaatsvinden kort na het afleggen van de proeven. Er wordt een termijn van 3 maanden tussen de twee voorgesteld.
 

Vraag 4: Waarom moet men bij de DBDMH het tegenovergestelde doen?

Waarom leeft een instelling van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest bevoegd voor de civiele veiligheid niet de aanbevelingen na van de Minister van Binnenlandse Zaken terwijl deze aanbevelingen de autonomie van dit gewest niet aantasten?

Het V.S.O.A. heeft reeds herhaaldelijk onderstreept dat het opstellen van een operationeel organisatieschema een wettelijke verplichting is voor de DBDMH. De items betreffende de veiligheid tijdens een interventie, de logistieke ondersteuning voor het personeel en de psychologische ondersteuning voor het personeel dienen in dit schema te worden opgenomen.

Vraag 5: Waarom leeft de DBDMH niet een door de wet opgelegde verplichting na?

Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest dient een meerjarenplan op te stellen met het algemeen beleid voor de DBDMH.

Voor wat de operationele, administratieve en logistieke missies betreft legt dit schema de analyse van de actuele situatie vast, de strategische doelen die tijdens de duur van het programma dienen gerealiseerd te worden, vergezeld met een financiële evaluatie, de dienstverleningsniveaus en de noodzakelijke middelen om de vastgelegde doelen en de dienstverleningsniveaus te bereiken.

Dit programma dient de visie van de DBDMH te vertolken om zijn taken te volbrengen.

Vraag 6: Waarom leeft de DBDMH niet een andere verplichting na die door de wet is opgelegd?

Het V.S.O.A. heeft te vaak het excuus gehoord van het toekennen van de mandatarissen. Dit excuus vindt men niet in de wetgeving terug en de DBDMH gaat desalniettemin door met het nemen van andere beslissingen m.b.t. het wijzigen van bepaalde diensten, ontslagen (meer bepaald de manier waarop dit gebeurt), etc.

Het V.S.O.A. heeft niet opgemerkt dat een beslissing werd aangenomen waardoor de federale inspectie mogelijk werd. Is dit een vergetelheid?

De Minister van Binnenlandse Zaken krijgt eveneens een kopie van deze e-mail, gezien wij van hem wel antwoorden krijgen!

Met syndicale groeten,

  

Voor het V.S.O.A.-F.G.G.A.

 

 Labourdette Eric

Verantwoordelijke leider

 

03:47 Écrit par SLFP | Lien permanent | Commentaires (0) |  Facebook

Les commentaires sont fermés.