vendredi, 23 mars 2018

NEWS CPBW-CPTT 03.2018

NOTULEN VAN DE VERGADERING CPBW VAN 8 MAART 2018

Kledingfonds : stand van zaken.

M. L. legt uit dat de dienst in 2017 verschillende overheidsopdrachten uitschreef. We ontvingen de offertes voor het kledingfonds in december 2017 en daarna werd het dossier aan de inspecteur van financiën voorgelegd, die het nog niet goedkeurde. De IF benadrukte het belang van de motivatie van de subcriteria. Het werd nu opnieuw ingediend en we hebben er een goed oog in dat het ditmaal wel goedgekeurd wordt. Zodra de IF haar goedkeuring geeft, zal het dossier aan het kabinet worden bezorgd. Daarna moeten we wellicht nog 3 maanden wachten alvorens we het personeel zijn kledingfonds kunnen uitdelen.
Aansluitend op de actualiteit betreffende overheidsopdrachten heeft het kabinet eind vorig jaar het dossier van de uitrustingscheques overgenomen ; er moet worden over gewaakt dat wat in de realiteit gebeurt, overeenstemt met wat het besluit bepaalt. Vanmorgen heeft M. L. omtrent dit dossier een vergadering met het kabinet.
De directie wijst erop dat de dienst van plan is om vaker kaderovereenkomsten af te sluiten. Dit zal echter tijd vergen, want momenteel zijn er nog veel lopende dossiers terwijl er maar 1 enkele collega ze afhandelt. Ze wil snel nieuwe, vereenvoudigde procedures instellen maar momenteel bevindt de dienst zich in een overgangsfase. We boeken vooruitgang met de huidige dossiers maar inderdaad minder snel dan we zelf zouden willen.

Voorstelling procedé voor ontsmetting door CO2 en verwante diensten.

Het overleg start vandaag.
De bedrijfsleider van een gespecialiseerde onderneming verduidelijkt het procedé dat ze hebben ontwikkeld om brandweertenues en andere heel specifieke producten die een bijzondere behandeling vergen (bijvoorbeeld kogelvrije vesten), te ontsmetten.
Deze leverancier controleert ook de staat van het membraan, wat na enkele jaren sleet kan vertonen.
De nanodeeltjes die in de REACH-lijst voorkomen worden eveneens verwijderd. Klasse 2-handschoenen worden ook grondig gereinigd.
M. D. onderstreept het belang van het dragen van de beveiligingsmuts over het ademhalingstoestel en niet eronder. M. L. voegt eraan toe dat de marktprospectie gaande is om mutsen te vinden die ook nanodeeltjes tegenhouden.

Opslag van de IBU in de posten en kazernes van de DBDMH (vraag VSOA januari).

Gezien de recente reorganisatie van de directie van de DBDMH vraagt deze om dit punt op het volgende CPBW te agenderen, want ze heeft nog geen tijd gehad dit te bestuderen.
Mevr. B. stelt voor om deze kwestie te bespreken in de werkgroep “kanker”.

Op verzoek van het VSOA :

Is er nieuws over de volledige levering van de tenues voor individuele bescherming en de werkkledij voor de rekruten ?

M. L.verzekert dat alles geleverd is. Dit gezegd zijnde, het uitdelen van de kledingstukken verloopt geleidelijk, afhankelijk van de aanwezigheid van de collega’s bij de linnendienst.

Wat beveelt men aan om te dragen onder de nieuwe brandweerpakken ? Welke aanbevelingen heeft de fabrikant, de IDPB en de directie ?
en
Is er nieuws over de dienstnota m.b.t. de kledij die men onder het brandtenue moet dragen ?

Het overleg start vandaag.
Op 12 maart e.k. brengt de fabrikant een bezoek aan de DBDMH ; we zullen het hem vragen.
Het ontwerp van de nieuwe versie van de ingetrokken dienstnota 2018-026 wordt vandaag door¬gestuurd zodat de vakorganisaties met kennis van zaken een met redenen omkleed advies kunnen geven.

Is er nieuws over de offerteaanvraag voor de ontsmetting van de brandtenues ?

Volgens M. L. is er een budget voor uitgetrokken. We hebben een marktonderzoek gedaan en amper 1 leverancier heeft gereageerd. Binnen een maand zal de dienst een openbare aanbesteding op Europees niveau uitschrijven. We zullen derhalve nog wat geduld moeten oefenen.

Wat met het vervoer van het personeel van de hoofdkazerne naar de Havenlaan om cursussen of bijscholingen te volgen ?

Het VSOA vestigt er de aandacht op dat het personeel al ruim een week ’s middags in de Helihavenkazerne blijft omdat er ter plekke geen verwarming is.
M. DE W. antwoordt dat de Logistiek de defecten probeert te herstellen. Intussen werden elektrische stoofjes geplaatst en dus kan het personeel onder de middag daar blijven.
Voor het VSOA wordt het probleem ook veroorzaakt doordat de dienst geen vervoer organiseert tussen de Havenlaan en de Helihavenlaan, terwijl dat wel het geval is voor opleidingen in het PIVO.
M. DU BUS DE W.sluit niet uit dat de dienst een pendelvoertuig inzet indien men de behoefte heeft om een douche te nemen, aangezien deze aanvankelijk nochtans geplande infrastructuur nog steeds niet af is ; hij zal de kwestie bekijken en belooft zo spoedig mogelijk een oplossing.

MET REDENEN OMKLEDE ADVIEZEN VAN DE VAKORGANISATIES

VSOA

Is er nieuws over de herziening van de tabel met de functies en de operationele risicoanalyse ?

Positief met redenen omkleed advies van VSOA m.b.t. de tabel met functies en de operationele risicoanalyse.
Negatief met redenen omkleed advies van VSOA inzake het ontwerp van dienstnota over het jaarlijks geneeskundig onderzoek.
Het VSOA verzet zich om de volgende redenen tegen de VO2 max als evaluatiecriterium voor de geschiktheid :
- De criteria van COPREV dateren van 2009,
- De VO2 max vermindert met het ouder worden en er bestaan verschillen naargelang het geslacht.
Als men de tabel voor het geschiktheidscriterium van de VO2 max van een brandweerman bekijkt, merkt men dat het criterium van 45 ml/kilo/minuut “matig” is voor een mannelijk individu van 23 jaar, “erg goed” voor een individu van 52 jaar en “uitstekend” voor een vrouw van 43 jaar.
Een jonge brandweerman kan dus een nogal matige fysieke conditie hebben en een ervaren brandweerman moet wel de fysieke conditie van een topatleet hebben.
Conclusie van een door het VSOA geraadpleegde arts gespecialiseerd in inwendige geneeskunde, die ook arts is van een sportclub en van de Fédération Belge Francophone d’Athlétisme, oprichter van het medisch-sportieve laboratorium voor sportfysiologie van de Dodaine in Nijvel : het criterium dat geen rekening houdt met de leeftijd en het geslacht is discriminerend en houdt geen rekening met de fysiologie.
- Een andere paramater die in overweging moet worden genomen, is dat iemand met een minder goede VO2 max een groter uithoudingsvermogen kan hebben dan iemand anders. Om die reden slagen oudere lopers erin jongere atleten te verslaan op een marathon. Het uithoudingsvermogen wordt ontwikkeld tijdens intense trainingssessies waarbij de oefening in kleine sequenties wordt gesplitst om zo de voorgeschreven intensiteit te behalen. Het criterium van x ml/kilo/minuut is derhalve niet noodzakelijk pertinent om de prestatie op het werkterrein te bepalen.
- Het is aannemelijk dat een ervaren brandweerman die met precisie te werk gaat minder stress zal ervaren en doeltreffender zal zijn als een onervaren brandweerman. Hij kan blijven presteren ondanks een lagere VO2 max. De VO2 max mag dan een onweerlegbaar criterium zijn voor de fysieke conditie, toch lijkt het erop dat er verschillende elementen bestaan om na 8 jaar met het oog op een aanpassing te overwegen de consensus te herevalueren. Een te strikte VO2 max-waarde die de ervaring niet in aanmerking neemt, is ongetwijfeld niet pertinent maar kan daarenboven op het werkveld een pervers effect sorteren door er een ervaren brandweerman weg te plukken.

Wat beveelt men aan om te dragen onder de nieuwe brandweerpakken ? Welke aanbevelingen heeft de fabrikant, de IDPB en de directie ?
en
Is er nieuws over de dienstnota m.b.t. de kledij die men onder het brandtenue moet dragen ?

Het VSOA stelt vast dat de DBDMH geen aangepaste lange kledij heeft om onder de brandpakken aan te trekken.
Het VSOA stelt vast dat in de zomer korte mouwen toegestaan zijn, maar dat in geval van brand lange mouwen verplicht zijn.
Het VSOA beschikt niet over alle nodige documentatie om met kennis van zaken een met redenen omkleed advies te verstrekken.
Het VSOA beschikt niet over het advies van de fabrikant van de brandpakken inzake het dragen van een ander IBU onder het brandpak (artikel IX.2-9 van de CODEX).
Conclusie : het VSOA verstrekt een negatief met redenen omkleed advies m.b.t. de dienstnota over het tenue dat het operationeel personeel in de huidige omstandigheden moet dragen.
Het dragen van een aangepast tenue onder het brandpak zou tijdens brandopdrachten en warme oefeningen beschouwd kunnen worden als een extra bescherming voor zover het voltallig personeel beschikt over 8 aangepaste pakken waaronder 2 IBU kunnen worden gedragen, de ploegen tijdig worden afgelost teneinde hyperthermie te voorkomen en het al het personeel steeds water kan drinken om zich te hydrateren. Het dragen van lange mouwen vormt een extra bescherming maar heeft ook een aantal nadelen tijdens een brand of gewoon tijdens heel warme dagen. Het VSOA verzet zich tegen het dragen van een petje.
Het VSOA wenst dat het verbod om tijdens een brand of warme oefening nitrilhandschoenen te dragen, wordt toegevoegd aan deze dienstnota.

PROCES-VERBAL DE LA REUNION CPTT DU 8 MARS 2018

La Masse : point de la situation.

M. L. explique qu’en 2017, le service a procédé à plusieurs marchés publics. Pour la Masse, nous avons reçu les offres en décembre 2017 et ensuite le dossier a été soumis à l’inspectrice des finances, qui ne l’a pas l’approuvé. L’IF insiste sur l’importance de la motivation des sous-critères. Le dossier a maintenant été une nouvelle fois soumis et nous avons bon espoir que cette fois-ci soit la bonne. Dès que l’IF aura donné son accord, le dossier sera transmis au cabinet. Ensuite il faudra probablement encore attendre 3 mois avant de pouvoir distribuer une masse au personnel.
Suite à l’actualité concernant les marchés publics, le cabinet a repris à la fin de l’année passée le dossier des chèques-équipement ; il faut veiller à la cohérence entre ce que prévoit l’arrêté et la pratique. Ce matin, M. L. a une réunion avec le cabinet au sujet de ce dossier.
La direction signale que le service a l’intention de conclure davantage d’accords-cadres. Toutefois, cela prendra du temps car actuellement, de nombreux dossiers sont en cours mais nous n’avons qu’un seul collègue pour gérer tout cela. Elle veut mettre rapidement en place de nouvelles procédures simplifiées mais à l’heure actuelle, le service est dans une phase de transition. Les dossiers actuels avancent mais effectivement pas aussi vite qu’on ne le voudrait.

Présentation de procédé de décontamination de CO2 et de services connexes.

Mise en concertation ce jour.
Le responsable d’une entreprise spécialisée explique le processus qu’ils ont conçu pour décontaminer des tenues d’incendie et autres produits très spécifiques qui requièrent un traitement particulier (par exemple des vestes pare-balles).
Ce fournisseur contrôle aussi l’état de la membrane qui pourrait se détériorer après quelques années.
Les nanoparticules reprises dans la liste REACH sont également éliminées. Des gants de classe 2 sont à leur tour nettoyés en profondeur.
M. D. insiste sur l’importance de porter la cagoule au-dessus du masque respiratoire et non pas en-dessous. A cela, M. L. ajoute qu’on prospecte le marché pour trouver des cagoules qui arrêtent également les nanoparticules.
Entreposage des EPI dans les postes et casernes du SIAMU (question SLFP de janvier).

Vu le récent changement organisationnel à la direction du SIAMU, celle-ci demande de remettre ce point à l’ordre du jour du prochain CPPT car elle n’a pas encore eu le temps d’étudier ce dossier.
Mme B. propose d’aborder cette question dans le cadre du groupe de travail « cancer ».

A la demande du SLFP :

Quid de la livraison complète des tenues de protection individuelle et des vêtements de travail pour les recrues ?

M. L. assure que tout a été livré. Cela dit, la distribution des effets se fait au fur et à mesure, en fonction des présences des collègues à la Lingerie.

Qu’est-il recommandé de porter sous les nouvelles tenues d’incendie ? Recommandations du fabriquant ? Recommandations du SIPP ? Recommandations de la direction ?
et
Quid de la note de service relative aux vêtements à mettre sous la tenue feu ?

Mis en concertation ce jour.
Le 12 mars prochain, le fabricant visitera le SIAMU ; la question lui sera posée.
Le projet de la nouvelle version de la note de service 2018-026 retirée est transmis ce jour pour que les organisations syndicales puissent formuler un avis motivé en connaissance de cause.

Point non traité à défaut de représentant de la Logistique.

Quid de l’appel d’offres pour la décontamination des tenues feu ?

Cf. le point 2.1.3.
Selon M. L., un budget a été prévu. Nous avons prospecté le marché et 1 seul fournisseur a réagi. D’ici un mois, le service fera un appel d’offres à l’échelle européenne. Il faudra par conséquent encore s’armer de patience.

Quid du transport des agents de l’Etat-major vers l’avenue du Port pout différents cours ou recyclage ?

Le SLFP fait observer que depuis plus d’une semaine, le personnel reste à midi à la caserne Héliport car il n’y a pas de chauffage à cet endroit.
M. DE W. répond que la Logistique essaie de réparer ce qui est cassé. Entretemps, des chaufferettes électriques y ont été installées et le personnel peut donc rester sur place pendant le temps de midi.
Pour le SLFP, le problème réside aussi dans le manque de transport organisé par le service entre l’avenue du Port et l’avenue de l’Héliport alors que c’est bel et bien le cas lorsque des formations sont organisées au PIVO.
M. DU BUS DE W. n’exclut pas que le service organise une navette si le besoin de prendre une douche se fait sentir vu que cette infrastructure pourtant initialement prévue n’est toujours pas prête ; il examinera la question et promet une solution le plus vite possible.

Quid du règlement de remboursement des lunettes ?

Par rapport à la réunion du 25 janvier dernier, ce dossier n’a pas beaucoup évolué.
Il est en cours de traitement par la direction. Le groupe de travail ad hoc s’est réuni le 20 février dernier mais à l’heure actuelle nous ne savons pas encore vous donner de date de clôture.

Quid de la politique d’environnement ?

M. DE W. annonce qu’il a comme objectif de faire en sorte que le SIAMU se rapproche de la norme ISO 14000. Il fera une proposition dans les mois à venir.
M. DU BUS DE W. ajoute que le plan de personnel prévoit le recrutement d’un éco-manager.

Quid de l’exercice d’évacuation ?

Le plan interne d’urgence (PIU) que M. S. prépare est presque finalisé. Il sera d’abord présenté au conseil de direction ; le dossier est donc en cours.

AVIS MOTIVES DES ORGANISATIONS SYNDICALES

S.L.F.P.

Quid de la révision de la grille de fonctions et de l’analyse des risques opérationnelles?

Avis motivé positif du SLFP pour la grille de fonctions et l’analyse des risques opérationnelles.
Avis motivé négatif du SLFP pour le projet de note de service relatif à l’examen médical annuel.
Le SLFP s’oppose à la VO2 max comme critère d’évaluation d’aptitude pour les raisons suivantes :
- Les critères de COPREV datent de 2009 ;
- Le VO2 max diminue avec l’âge et il existe des différences entre les genres.
Si on lit le tableau du critère d’aptitude de la VO2 max du pompier, on voit que le critère de 45 ml/kilo/minute est « moyen » pour un individu masculin de 23 ans, « très bon » pour un individu de 52 ans et « excellent » pour une femme de 43 ans.
En clair, un pompier jeune peut avoir une condition assez médiocre et un pompier expérimenté doit avoir une condition de sportif de haut niveau.
Conclusion du docteur spécialiste en médecine interne, médecin d’un club d’athlétisme et médecin de la Fédération Belge Francophone d’Athlétisme fondateur du laboratoire de physiologie du sport de médico-sportif de la Dodaine à Nivelles interrogé par le SLFP :
Le critère ne tenant pas compte de l’âge et du genre est discriminant et ne tient pas compte de la physiologie.
- Un autre paramètre à considérer est qu’un sujet avec une moins bonne VO2 max peut avoir une meilleure endurance qu’un autre sujet. C’est ainsi que par exemple on voit des coureurs plus âgés battre des plus jeunes au marathon. L’endurance se développe lors de séances intenses qui nécessitent le fractionnement de l’exercice en petites séquences afin d’atteindre les intensités prescrites. Le critère de x ml/kilo/minute n’est donc pas nécessairement pertinent pour déterminer la performance sur le terrain.
- On peut admettre qu’un pompier expérimenté, avec des gestes plus précis, présentant moins de stress, sera plus efficace qu’un pompier non expérimenté. Il pourra rester performant malgré une VO2 max moins importante. Si le VO2 max est un critère indiscutable de la forme physique, il semble qu’il existe différents éléments permettant de considérer de réévaluer le consensus après 8 années d’application en vue d’une adaptation. Un critère trop strict de VO2 max ne tenant pas compte de l’expérience n’est sans doute pas pertinent mais de plus pourrait avoir un effet pervers sur le terrain d’élimination d’un pompier expérimenté de terrain.

Qu’est-il recommandé de porter sous les nouvelles tenues d’incendie ? Recommandations du fabriquant ? Recommandations du SIPP ? Recommandations de la direction ?
et
Quid de la note de service relative aux vêtements à mettre sous la tenue feu ?

Le SLFP constate que le SIAMU ne dispose pas de tenues longues adaptées pour mettre en dessous de la tenue feu.
Le SLFP constate qu’en été les manches courtes sont autorisées mais qu’en cas d’incendie, les manches longues sont obligatoires.
Le SLFP ne dispose pas de toute la documentation nécessaire pour remettre son avis motivé en toute connaissance de cause.
Le SLFP ne dispose pas de l’avis du fabriquant des tenues feu relatif au port d’un autre EPI en dessous de la tenue feu (Article IX.2-9 du CODEX)


Conclusion : Le SLFP remet un avis motivé négatif à la note de service relative à la tenue à porter par le personnel opérationnel en l’état actuel des choses.
Le port d’une tenue longue adaptée en dessous de la tenue feu pour les missions incendie et exercices à chaud pourrait être considérée comme une protection supplémentaire pour autant que tout le personnel dispose de 8 tenues adaptées au port de deux EPI, que les équipes soient remplacées à temps afin d’éviter une hyperthermie et que de l’eau soit à disposition du personnel en tout temps afin de s’hydrater. Le fait de porter des manches longues constitue une protection supplémentaire mais présente d’autres inconvénients lors d’un incendie ou tout simplement lors de grosse chaleur. Le SLFP s’oppose au port de la casquette.
Le SLFP souhaite que l’interdiction de porter des gants en nitrile lors d’incendie ou d’exercice à chaud soit rajouté dans cette note de service.

14:39 Écrit par SLFP | Lien permanent | Commentaires (0) |  Facebook

Les commentaires sont fermés.