samedi, 31 mars 2018

Verhuis 100.112 DBDMH

Brussel, 30 maart 2018

 

Mevrouw de Staatssecretaris

Cécile Jodogne

Botanic Building

Sint-Lazaruslaan 10

 

B-1210 Brussel

 

 

Betreft: Verhuis van het 100/112-oproepcentrum van de DBDMH

 

 

Geachte mevrouw de Staatssecretaris,

 

Aansluitend op de beslissing om ons 100/112-oproepcentrum te verhuizen informeren wij u als gemeenschappelijk vakbondsfront dat wij het oneens zijn met de beslissing van de verhuis. Voor het gemeenschappelijk vakbondsfront werd de beslissing voor deze verhuis opgenomen in het regeerakkoord. Intussen hebben de dramatische gebeurtenissen van 22 maart 2016 plaatsgevonden en zijn de zaken op het vlak van rampenbeheersing gewijzigd.

Als rechtstreeks betrokken partij bij deze gebeurtenissen zijn wij als vertegenwoordigers van het gemeenschappelijk vakbondsfront van oordeel dat deze verhuis een zeer slechte zaak is die de goede werking van het oproepcentrum in de weg staat indien dergelijk onheil zich opnieuw zou voordoen. Binnen de kazerne is een personeelsversterking onmiddellijk beschikbaar, wat niet het geval zou zijn buiten de kazerne. Wij zouden dus kostbare tijd verliezen alvorens de nodige officiers, onderofficiers en personeelsleden die vereist zijn voor een dringende versterking ter beschikking staan om snel met elkaar te kunnen overleggen en coördineren. Dit brengt bv. de vraag met zich mee over de toepassing van de snelste adequate hulp (operationele organisatie).

 

Ons noodoproepcentrum werkt nauw samen met de dienst voorbereiding om informatie uit te wisselen over de verwachte omstandigheden en de meest recente topografische gegevens. Deze informatieuitwisseling wordt vergemakkelijkt door het feit dat de dienst voorbereiding zich in de kazerne en op dezelfde verdieping bevindt dan het noodoproepcentrum.

 

Het steunpunt van het CIBG afgevaardigd bij de DBDMH is eveneens op dezelfde verdieping gelegen dan het noodoproepcentrum gezien de uitwisseling tussen deze twee diensten van cruciaal belang is voor het functioneren van de volledige hulpverleningsketen en voor de snelheid waarmee beslissingen worden genomen om bv. versterking op te sturen onder de vorm van personeelsleden, of de noodzaak van opvoering in de commandostructuur.

De DBDMH stelt een aantal ondersteunende diensten ter beschikking van het 100-oproepcentrum zoals de dienst personeelsbeheer, loonbeheer, logistiek, de medische dienst, de IDBP, een arbeidspsycholoog, een ergono(o)m(e), de sociale dienst, een bedrijfsrestaurant, een sportzaal, klas- en vergaderlokalen, een fitnesszaal... En dit alles onder één dak in de kazerne. In geval er zich communicatieproblemen met de radio voordoen, is onze radiotechnicus onmiddellijk ter plaatse om dringend een oplossing te bieden voor deze problemen zodat de veiligheid van de interventieploegen niet in het gedrang komt.

 

De werklast binnen de 100-noodoproepcentrale in Brussel zal sterk toenemen met als logisch gevolg een verhoging van het aantal personeelsleden. Een redelijke schatting is een verdubbeling van de werklast vergeleken met de huidige werklast.

Hetgeen neerkomt op 25 tafels om oproepen te beantwoorden met ongeveer een honderdtal operatoren. Wij schatten redelijkerwijs in dat 13m² per ruimte een aanvaardbare norm is (sectoraal akkoord). De noodoproepcentrale moet op middellange termijn (d.w.z. in maximum 5 jaar) over een oppervlakte van 375m² beschikken enkel voor de ruimte waar de noodoproepen binnenstromen.

De ruimte voor de noodoproepen bij de DBDMH heeft een oppervlakte van 350m² ononderbroken (zonder steunkolommen in de bouwstructuur) met een mogelijkheid om te vergroten met een extra 80m² en heeft een plafondhoogte van 6m. Een bureau van 50m² steekt boven de noodoproepcentrale uit om een volledig overzicht te hebben over de noodoproepcentrale.   Een zaal voor bijscholingen van 60m² is te allen tijde beschikbaar en is uitgerust met 3 oefentafels.

In de kazerne beschikken wij over een rustzone met lockers om persoonlijke spullen op te bergen, een ontspanningsruimte van 80m², zetels, computers, 1 keuken met eettafel, toegang tot het bedrijfsrestaurant en rustruimte waardoor een leven ter plaatse mogelijk is gedurende 24u op 24, 7d op 7 met de mogelijkheid om snel personeel op te roepen. Wij beschikken over een beveiligde parking, die 24u op 24 en 7d op 7 toegankelijk is. Indien wij opgeroepen worden is het onmogelijk om op het openbaar vervoer te rekenen. Wij hebben eveneens plaatsen ter beschikking en een aangepaste gebouwinfrastructuur voor personen met beperkte mobiliteit.

 

De meerderheid van het personeel van de 100-centrale voelt zich betrokken bij een EENGEMAAKTE DBDMH. Dit personeel maakt onlosmakelijk deel uit van de afhandeling van een alarmoproep en van de « adequate » middelen om een kwaliteitsvolle operationele missie te garanderen alsook om een bepaald veiligheidsniveau te verzekeren voor het personeel dat op het terrein op interventie is. De historiek van de prestaties van de DBDMH tonen dit aan.

Het personeel heeft herhaaldelijk contact met de brandweerlui/ambulanciers, wat een meerwaarde betekent voor het uitoefenen van hun werk en de kennis op het terrein. Buiten de kazerne zouden de personeelsleden geïsoleerd zijn van de hulpverleningsketen met als risico een verminderde motivatie en de kans op groter personeelsverloop. Bovendien zou het 100-oproepcentrum, fysisch gescheiden van de DBDMH, eveneens de mogelijkheid verliezen om samen te vergaderen met andere diensten in het kader van de werkgroepen, enz.

Bovendien kan er geen synergie zijn tussen de noodoproepcentra van de politie en de dringende medische hulp gezien deze twee diensten gebonden zijn aan verschillende beroepsgeheimen: enerzijds het geheim van het gerechtelijk onderzoek en anderzijds het medisch geheim. Deze twee diensten samen plaatsen is werkelijk het lot tarten. Dit zou ook betekenen dat er een bijkomende last op de schouders van het personeel zou rusten m.b.t. het respecteren van het beroepsgeheim op hun niveau in een arbeidsmilieu waar discretie niet toegelaten is.

De wereld rondom ons verandert constant: de technologische vooruitgang is zodanig groot dat men 10 jaar geleden dit niet voor mogelijk had geacht. Het noodoproepcentrum is onmiskenbaar verbonden met deze technologische evolutie en moet up-to-date blijven om een kwaliteitsvolle dienst te kunnen bieden. Een uitbreiding van de 100-centrale moet voorzien worden zowel qua ruimte als qua personeel, en er moet vooral rekening gehouden worden met de gespecialiseerde vakgebieden en grootschalige operaties zoals bij de terreuraanslagen van 22 maart 2016.

De lokalen van de DBDMH laten deze uitbreiding toe terwijl de ruimte die door BPV toegekend werd in het noodoproepcentrum vandaag niet toelaat om het werk correct uit te voeren. De verplaatsing van de 100-noodoproepcentrale naar BPV breekt alle synergiën die door de DBDMH werden verkregen zonder nieuwe synergiën toe te voegen!

 

Tijdens de verhuis kan men de noodoproepcentrale niet uitschakelen, het hele materiaal verhuizen, de nieuwe noodoproepcentrale heropbouwen en inschakelen. De twee noodoproepcentra moeten volledig uitgerust zijn en getest worden alvorens te verhuizen. Dit impliceert dat alles dubbel moet voorzien worden: het volledige materiaal, alle verbindingen... met als gevolg dat er dubbele kosten aan verbonden zouden zijn!

Bovendien is het binnen de huidige terroristische context van essentieel belang om zich te organiseren teneinde de organisatie van de hulpdiensten en de communicatie maximaal te beschermen. Het is geen goed idee om al je eieren in één mandje te leggen. Daarentegen zou de creatie van een ruimte waar iedere dienst 24u op 24 vertegenwoordigd is tot een betere communicatie leiden bij belangrijke voorziene of onvoorziene omstandigheden. Het dagdagelijkse moet elders worden beheerd.

 

Gezien deze verhuis op alle vlakken nefast is, vraagt het gemeenschappelijk vakbondsfront zich af of dit absurde voorstel voor een verhuis van de oproepcentrale van de DBDMH geen poging is tot ontmanteling van de DBDMH enkel gedreven door politieke overwegingen zonder enig respect voor het uitgevoerde werk van de DBDMH noch voor de bevolking.

Het gemeenschappelijk vakbondsfront vraagt dus aan de Regering om op zijn regeerakkoord en de verhuis van de 100/112-oproepcentrale van Brussel naar BPV terug te komen. Er kan makkelijk over dit akkoord gediscuteerd worden aan de hand van de gebeurtenissen die plaatsvonden na dit akkoord.

Het gemeenschappelijk vakbondsfront vraagt, alvorens een eventuele verhuis te overwegen, de wetgeving met betrekking tot het welzijn op het werk te respecteren en het advies van de IDBP van BPV en van de DBDMH, het advies van de EXBP van BPV en van de DBDMH, het advies van de ergono(o)m(e) van BPV en de ergono(o)m(e) van de DBDMH, het advies van het comité voor preventie en bescherming op het werk van BPV en de DBDMH of de gemeenschappelijke interne dienst voor preventie en bescherming op het werk, een analyse m.b.t. de geluidsrisico's en het respecteren van het boek III, arbeidsplaatsen, titel 1 basiseisen betreffende arbeidsplaatsen. Indien deze aanvraag niet tijdig een gunstig gevolg krijgt, zou er beroep kunnen gedaan worden op het Toezicht op het Welzijn en de sociale wetten om een advies te verkrijgen m.b.t. de arbeidsomstandigheden.

 

Het gemeenschappelijk vakbondsfront blijft overtuigd dat de Regering van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest een goed beheer van dit dossier zal nastreven en naar de technici die de DBDMH vertegenwoordigen zal luisteren.

In het tegenovergestelde geval zal het gemeenschappelijk vakbondsfront wachten op het bewijs dat de wetgeving gerespecteerd wordt door het bestuur dat verantwoordelijk is voor deze verhuis en eveneens op de in deze brief gevraagde documenten.  

 

Met syndicale groeten,

 

 

Marc KRAMSKI                    Thierry DAGNELIE                          Eric LABOURDETTE

CGSP-ACOD                                               CSC                                       SLFP-VSOA

 

 

 

 

 

 

Dirk VAN DER OUGSTRAETE

ACV

09:45 Écrit par SLFP | Lien permanent | Commentaires (0) |  Facebook

Les commentaires sont fermés.